De symfonieën van de Oostenrijker Anton Bruckner (1824-1896) worden vaak 'kathedralen' genoemd en eigenlijk is die typering zo gek nog niet. Want in beide gevallen betreft het imposante bouwwerken, gemaakt tot meerdere eer en glorie van De Schepper.
De zéér gelovige Bruckner was als symfonisch componist een onzekere laat-bloeier, die voortdurend aan zijn composities bleef sleutelen. Van zijn symfonieën (óók van de Achtste) zijn dan ook meerdere versies overgeleverd.